columnade Goirles Belang

Iedere 5 weken verschijnt een column van mij in het Goirles Belang. De eerste twee keer 50 columns (+1) zijn al gebundeld, de derde zal volgen wanneer de 50 weer bereikt is. Hieronder zijn de meest recente columns van de derde reeks in wording te lezen. Neem contact op voor het bestellen van de eerste twee bundels.

Bidden en smeken

GB 30 juni 2021

Vijfentwintig jaar geleden schreef ik een brief aan Johan Remkes, in het kader van de actie Goirle Blijft. Remkes was toen woordvoerder gemeentelijke herindeling namens de VVD, zijn standpunt was van groot belang. De brief was één grote smeekbede om Goirle zelfstandig te houden, alle argumenten uit de kast: rationele, emotionele en theologische. Het hielp, in ieder geval bleef Goirle zelfstandig. Tegenwoordig pakt de overheid het anders aan: ze hevelt overheidstaken over naar de gemeentes, geeft de kleinere gemeentes te weinig geld. Ze mogen zichzelf opheffen en aansluiting zoeken bij grote gemeentes. Brieven hoeven we niet meer te schrijven. Wat ondenkbaar was gebeurt straks: de VNG gaat staken, gemeentes zullen overheidstaken niet meer uitvoeren als er niet voldoende geld komt van Den Haag.

Vaak maken we ons zorgen over zaken waar je als burger weinig aan kunt doen. Waar maken wij ons zorgen over als mens? Over pandemieën, klimaatverandering, armoede, dictatoriale regimes, wereldvrede. In je machteloosheid kun je nog altijd bidden. Laudato Si, Tutti fratelli: de paus legt de vinger op de zere plekken, ik neem aan dat hij ook bidt. Anders doen het wel de clarissen in Megen namens ons allen. De voorbede in de zondagse liturgie is ook zo’n moment waar onbaatzuchtig gebeden wordt voor de problemen van de wereld.

Het meest maken we ons zorgen over mensen die ons nabij zijn, het hemd is voor ieder nader dan de rok. Ik krijg regelmatig het verzoek om te bidden voor iemand die ernstig ziek is. Als niets meer helpt is dat een laatste toevlucht. Maar helpt het? “Heer, red ons, wij vergaan”, bidden en smeken de leerlingen als de golven over hun boot slaan (Matteüs 8, 25). Maar bidden gaat de hedendaagse mens moeilijk af, er is dat dingetje van niet meer in God geloven. Maar hier komt Toon Tellegen ons te hulp met zijn nieuwste boek “God onder de mensen”. Het zit vol met verhalen over een chagrijnige, nodeloos gewelddadige God, als ik de recensie van Shira Keller (NRC Boeken 18 juni 2021) mag geloven. In een van die verhalen verschijnt God als iemand die wegens overlast uit zijn huis is gezet. Heel geestig! God, God, wat heeft God een overlast bezorgd. Ik zou niet weten of de balans naar positief of negatief doorslaat in de afweging van de goede en de slechte dingen die in zijn Naam gedaan zijn. In dat verhaal komt Hij op bezoek bij een man die Hem van alles wil vragen, maar eenmaal binnen valt God als een blok in slaap. Hij wordt pas wakker als de man zelf in slaap is gevallen en als de man weer wakker wordt slaapt God alweer. Zo gaat dat een week lang door. Keller: “Hoe valt het te verklaren dat een almachtige schepper passief toekijkt hoe overal geleden wordt? Is Hij zelf depressief soms, of eenzaam, gaat het niet goed met Hem, komt het daardoor? Hebben wij mensen het verpest, heeft God zijn geloof in óns verloren?” Ik bid van niet …

Geestkracht

GB 26 mei 2021

“Werk aan de winkel” stond er nogal activistisch boven mijn vorige column. Er zijn ook zo ontzettend veel problemen op te lossen: lokale, nationale, Europese, mondiale. Je wordt al moe als je er afstandelijk of als geïnteresseerde mediaconsument naar kijkt. En als je daar dagelijks mee bezig bent, nog afgezien van persoonlijke of huiselijke sores, dan kan ik me goed voorstellen dat in onze tijd zo veel mensen opgebrand raken, op steeds jongere leeftijd. Op een of andere manier zijn we niet in staat het werk eerlijk te verdelen. Het is ook goed mogelijk dat we geestelijk zo uitgehold zijn dat we de nodige energie niet meer kunnen opbrengen. De werkelijkheid is te taai voor het tere gemoed. Ik las ergens dat de hele impasse in de Nederlandse politiek terug te brengen is tot: het is hij of ik, Rutte of Omtzigt. De een heeft een huid van teflon, een vacuüm in de ziel, maar ontzettend veel zin leiding te nemen van een volgend kabinet dat zijn naam draagt. De ander zit ziek thuis, opgebrand, en is de schrijver van een boek dat ik onlangs met stijgende bewondering gelezen heb: Pieter Omtzigt, Een nieuw sociaal contract, Prometheus (!), Amsterdam, 2021. Ik wist als krantenlezer natuurlijk hoe het met hem gegaan is als gevolg van zijn inspanningen voor de gedupeerde ouders van de Toeslagenaffaire. Ik wist niet dat hij vanuit een tienjarige buitenlandse wetenschappelijk studie (in Engeland, Italië en Denemarken) naar Nederland en Europa kan kijken. Ik wist ook niet wat een diepgang de man heeft. Hij heeft Thomas van Aquino (1225-1274) in zijn ransel, met zijn uiterst beknopte definitie van rechtvaardigheid: suum cuique tribuere: ieder het zijne toebedelen, of als je het wat uitvoeriger wil: “Rechtvaardigheid is de houding krachtens welke iemand met standvastige en bestendige wil aan ieder zijn rechten toekent” (blz. 183). Dat zou de geestkracht moeten zijn van de staat, van de overheden en de private personen, de richtlijn voor het handelen op alle niveaus. Daarnaast heeft Pieter ook Meister Eckhart (1260-1328) gelezen en van hem geleerd dat het aankomt op innerlijkheid. Het gaat om de geest en niet de letter van de wet. Niet het algoritme en de bureaucratische machinerie moeten bepalend zijn maar de menselijke maat. Hij heeft zelfs Kierkegaard (1813-1855) gelezen die sterk aanraadt omhoog te kijken naar de sterren om de koers te blijven bepalen, niet omlaag naar de golven en de volgende golf. Ongeveer terzelfder tijd las ik David van Reybrouck, Revolusi, Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld, De Bezige Bij (!), Amsterdam, 2020. Een Vlaming die ons de ogen opent voor onze zogenaamde 300-jarige geschiedenis met “ons Indië”. Ik heb nooit veel opgehad met trots en de VOC-mentaliteit. Ik ben ook tegen zelfhaat. Maar wie deze geschiedenis leest en zich afvraagt wat dat betekent voor onze identiteit als Nederland(er) beseft dat er ontzettend veel is om bescheiden over te zijn. Vlak na Pinksteren bid ik om de Geest, om de geestkracht als die van Pieter en David …

Werk aan de winkel

GB 21 april 2021

“Maar stem niet Rutte: hij is onderdeel van het probleem, met hem komen we er nooit uit. Stem wijs.” Zo besloot ik mijn column op 10 maart. U hebt wijs gestemd. Rutte is weer de grootste partij geworden. In de dagen voor Pasen is hij via moties in de Tweede Kamer gewantrouwd en afgekeurd. Na Pasen is hij weer opgestaan. Hij zal nu zijn stinkende best doen en het snot voor zijn ogen werken om het vertrouwen terug te winnen. We zullen het met hem moeten doen: “het glimlachend vacuüm”, zoals een columnist in Financial Times hem noemde. “Hij wil de Nederlanders niet speciaal ergens brengen, maar zij willen ook nergens naar toe” (geciteerd door Luuk van Middelaar in NRC 17 maart 2021). Ik denk dat dit een waar woord is. Niet alleen Rutte, wij “allemaal” zijn het probleem. Wij willen nergens naar toe. Als wij de problemen echt willen oplossen zullen we veel moeten afgeven en herverdelen.

Zo maar een bericht: Nederland behoort in de top 5 van landen binnen de EU die bijdragen aan de ontbossing van de wereld. De EU is goed voor 80 % van die rampzalige ontbossing wegens de invoer van soja en palmolie. Hebt u die documentaire gezien: “I am Greta”, waarin de indrukwekkende Greta Thunberg haar “schaam je” de wereld in slingert: schaam je wereldleiders, ouders en grootouders dat jullie onze toekomst verknallen. Die felheid heb ik gemist bij Jesse Klaver, hij is al bezadigd geworden; ik kan me goed voorstellen dat de jongerenafdeling van GroenLinks hem weg wil hebben. De documentaire “Waterman” is onthullend, de eerste aflevering over het uitdrogende Brabant. Het is schokkend om te horen dat wij ons schaarse water via het vlees exporteren. De boer vindt het prima dat na hem alles naar de sodemieter gaat. “Scheefgroei in de polder”, het tweedelig programma van Jeroen Pauw: de hardwerkende Nederlander in het fantastische land van Rutte verdient te weinig om een huis te kopen. Als er straks nog geregeerd wordt, ligt daar wel een agenda: klimaat en natuurherstel, stikstofreductie en huizenbouw, meer geld voor zorgpersoneel, leerkrachten, politiemensen. Investeringen voor onderzoek en voorkomen van nieuwe pandemieën (Marion Koopmans). Meer geld voor de gemeentes, de jeugd-ggz, de voedselbanken, de trappisten van Koningsoord-in-nood. Geld voor cultuur, achteraan het rijtje. Gaan we ons nog geloofwaardig verdedigen? Ik vind het eigenlijk zonde van het geld, maar er moet structureel 5 miljard per jaar erbij (vertrekkend commandant der strijdkrachten Rob Bauer in Buitenhof), om aan de NAVO-afspraken te voldoen. Of toch maar vrij baan voor types als Poetin en Xi? En dan die functie elders voor Pieter Omtzigt: vraag hem inderdaad als minister van sociale zaken in een volgend kabinet, zodat het geen twee generaties hoeft te duren voordat aan alle gedupeerden recht is gedaan (advocaat toeslagen affaire Eva Gonzalez Perez). Groningen schiet maar niet op. Er is dus werk aan de winkel, naar eer en geweten, met een actieve herinnering, niet vergeten en niet wegkijken. Prikken, en dan naar de terrasjes.

Stem wijs

GB 10 maart 2021

Stuurlui aan de wal keurden de verkiezingsposter van Jesse Klaver af: zijn oproep om op Lilian, Lilianne, Sigrid of Jesse te stemmen. Hij suggereert een linkse samenwerking die er niet is. Ik vond het wel geslaagd: dat is toch over je eigen schaduw heen springen! Volgende week mogen we stemmen en de uitslag is al bekend: Mark Rutte zal de winst binnen halen en zijn partij de grootste maken. Intussen is het verschijnsel Mark Rutte genoegzaam gefileerd. Hij wint omdat het zo’n aardige vent is. Omdat je onmogelijk een hekel aan hem kunt hebben. Omdat hij zegt wat we graag willen horen: dat we in een fantastisch land wonen. Wat grotendeels ook zo is. Omdat hij alle problemen ontkent of liever niet “benoemt”. Hij weet heel goed dat wij niet aan onze kop gezeurd willen worden met de problemen van dit land, van Europa, van de planeet. Laat dat maar aan links over, aan azijnpissers. We hebben het zelf al moeilijk genoeg. Met Mark is het altijd: kop op, thumps up, we fixen het, samen. Links zal niet winnen en hoeft ook niet te winnen, want we leven al in “een radicaal socialistisch land” (zegt Rutte); analisten vertellen ons dat de programma’s van rechtse partijen (VVD, CDA, D66) een beweging laten zien naar minder marktwerking, meer sturing van de overheid, minder voordelen voor de rijken, meer grijpstuivers voor de armen. Wat is dan het probleem? Vraag dat bijvoorbeeld aan Pieter Omtzigt (CDA), een van de weinige volksvertegenwoordigers die de naam waard is, de man die samen met Renske Leijten (SP) die hemeltergende Toeslagenaffaire boven water bracht. In Op1 van 24 februari bracht hij een waslijst aan misstanden op tafel met als gemeenschappelijk kenmerk dat de staat de burger aan het vermorzelen is. Vraag het aan Esther Ouwehand die al jaren geduldig uitlegt waarom we in de huidige pandemie terecht gekomen zijn. In Op1 van 14 februari probeerde een bekrompen Sven Kockelmann haar belachelijk te maken. Zij is die bejegening gewend, ze bleef rustig, niet beledigd, trouw aan de goede zaak: het voortbestaan van onze kwetsbare planeet. Mijn bewondering voor haar groeide nog meer. Oké, de partij heeft haar naam niet mee, maar ik weet wel een betere: Partij voor Plant, Dier en Mens. Nu ik toch op de politieke toer ben, zal ik er ook maar een poster tegenaan gooien. Ik moet toegeven dat ik het afgekeken heb van Jesse Klaver, maar niemand hoeft op mij te stemmen. Mijn poster roept op om te stemmen op Renske, Pieter of Esther. Laten zij alle voorkeurstemmen op hun naam krijgen. Lilian, Lilianne, Sigrid en Jesse vind ik ook prima, maar met Renske en Pieter krijg je Kamerleden die echt op de zaak letten: de vertrapte burger die wij straks allemaal kunnen zijn. Met Esther heb je een Kamerlid die op de vertrapte aarde let waar we toch allemaal van afhankelijk zijn. Maar stem niet Rutte: hij is onderdeel van het probleem, met hem komen we er nooit uit. Stem wijs.

Lichtmis

GB 10 februari 2021

Op 2 februari – Maria Lichtmis – kreeg ik een paar verschijningen. De avondkrant ging weer voluit over de pandemie, de Britse variant, de aanrollende derde golf. Iemand schreef: laten we eens ophouden met dat cliché dat er licht is aan het einde van de tunnel, laten we ophouden ons zelf voor de gek te houden. We blijven met dat virus en zijn mutanten (de ene nog gevaarlijker dan de andere) zitten, er komt geen post-corona wereld. We moeten ook een klimaat-pandemie onder ogen zien. Het nieuwe normaal is pandemie. Psychiater Boudewijn Chabot had een waarheid als een koe: sterven hoort bij het leven, dat is wat ouderen weer moeten leren aanvaarden. Mark Rutte en Hugo de Jonge hielden weer hun persconferentie met zoals altijd een boodschap vol tegenstrijdigheden: basisscholen weer open, maar als één kind positief test gaat de hele klas naar huis in quarantaine. Versoepeling terwijl een derde golf eraan zit te komen. Stof genoeg voor oeverloze praat in de shows van Jinek en Op1. Die waren trouwens op 2 februari bijzonder interessant. Saskia Belleman, Jan Vlug en Chris van Dam in debat over het taakstrafverbod tegen geweldplegers tegen hulpverleners. Chris van Dam (CDA), die het rigide en perfide systeem achter de Toeslagenaffaire onderzocht, verdedigde een nieuw rigide en perfide systeem dat rechters de mogelijkheid ontzegt om persoonlijke omstandigheden mee te wegen: volautomatisch de gevangenis in. Ik vond dat Saskia Belleman en Jan Vlug de overtuigendste argumenten hadden, want barmhartig en humaan. Bij de CDA-man zag ik weinig barmhartigheid. De grootste verrassing van de avond was Isabella Wijnberg die zich fris en monter presenteerde als advocaat en non, in gewone mensenkleren met een eenvoudig houten kruisje om haar hals. Giovanca zag water branden, Tijs-adieu-God snapte het iets beter. Deze vrouw vertelde van haar toewijding aan God: “Ik laat me iedere keer weer verrassen. Het leven met God is altijd nieuw, altijd creatief en eigenlijk altijd beter dan ik me kan voorstellen.” Ze leeft celibatair, eenvoudig en vroom samen met enkele gelijkgezinden in de pastorie van De Papagaai in de Kalverstraat; de dag begint met gebed en meditatie en eindigt met het bijwonen van de mis. Ze zag er gelukkig uit. Deze nieuwe non is hoogopgeleid, heeft een goede baan, verdient veel geld. Wat zij daarmee doet? Weggeven! Ik vond het verheffend: dat is pas licht aan het einde van de tunnel. Ik zag een maatschappij voor me met een universeel basisinkomen, verdelende rechtvaardigheid, humaniteit en barmhartigheid, toegewijde levens, wetend dat alles berust in Gods hand. Weet iemand op welke partij ik op 17 maart (if) moet stemmen? En dan nog een verschijning. Op 2 februari verscheen het literaire tijdschrift Leydraden nummer 120 met daarin een prachtige filosofische beschouwing van Willem van der Kuijlen over Immanuel Kant met zijn recept voor een goed leven onder corona-omstandigheden. Als iemand mijn theologische aanbevelingen niet kan pruimen, lees dan de filosofische van Willem van der Kuijlen. En overigens ben ik van mening dat de gemeente Goirle blij mag zijn met de stichting Jong.

2021 Vraagteken

GB 6 januari 2021

Nu hangt er boven elk nieuw jaar een vraagteken. Wie had gedacht dat 2020 een jaar zou worden dat nagenoeg geheel door het coronavirus c.q. Covid-19 beheerst zou worden? Hoogstens de Chinees Li Wenliang in Wuhan, maar wij niet. Hoe zal het in 2021 gaan? Ik hoor lokale deskundigen bij de kassa beweren dat we blij mogen zijn als we eind 2021 van het virus verlost zijn. Er zijn afgelopen maanden twee types profetieën te horen geweest. In de post-corona maatschappij zal alles anders zijn: we gaan echt ernst maken met het milieu, we gaan echt anders leven (minder vlees eten, minder vliegen, gezonder leven, meer bewegen), we gaan beter bestuurd worden (minder affaires, meer geldelijke waardering voor de nederige maar vitale beroepen), en we gaan allemaal aardiger voor elkaar worden. Echt. De andere profetie zegt: welnee, niets van dat alles. We verlangen vooral dat alles weer zoals vanouds zal zijn, dat we terugkeren naar het oude normaal. Begin 2022 zullen we weten welke profeten het goed gezien hebben. Maar intussen: wat moeten we doen? Deze simpele vraag komt uit het evangelie van Lucas (2, 10), een vraag die voorgelegd wordt aan de profeet Johannes. Dit voert me naar de clarissen in Megen. In het vorige nummer was GB in gesprek met zuster Angela Holleboom, abdis. De grote vraag was: wat hebben de clarissen, specialisten van de strenge lockdown, ons deze Kerstmis te zeggen? Zij zijn altijd in lockdown, er moet iets zijn dat ze goed doen en waarvan we kunnen leren. Uit het artikel valt op te maken dat ze begaan zijn met de aarde, dat ze de natuur beschermen, de biodiversiteit behoeden, gezond voedsel willen verbouwen. Voorbeeldig! Maar niet iedereen heeft zo’n grote tuin die hij kan ombouwen tot een voedselbos. Wel kan iedereen in zijn tuin kijken welke tegels en stenen eruit kunnen zodat er meer groen kan groeien en insecten en vogels een rijkere omgeving vinden. Hoe gaan clarissen innerlijk om met lockdown? Zij komen zeven maal per dag bijeen om psalmen te zingen, om God te loven en te danken. Maar niet iedereen met een druk gezin of een veeleisende baan kan daar tijd voor vrijmaken; wie echter wat uurtjes over heeft en een boek ter hand kan nemen, moet eens letten op wat zuster Angela zegt hoe clarissen lezen. Het is een slow-reading waarin je met aandacht en verwondering leest, je verdiept in de woorden die je op je in laat werken zodat je begrip krijgt, sympathie of empathie voor wat je vreemd is, en ten slotte waarin je die woorden laat doorwerken in je leven ten bate van je medemens en de wereld om je heen. Het geniale van dit concept is dat een leeswijze zodoende een leefwijze wordt. Zo lezen en leven kan in principe iedereen die de basisschool heeft doorlopen en die de discipline kan opbrengen om de schermpjes naast zich neer te leggen en de afleidingsmanoeuvres een halt toe te roepen. Dát moeten we doen in 2021 uitroepteken.

Tranen

GB 2 december 2020

Het waren prachtige tranen van CNN-host Van Jones toen hem duidelijk werd dat Biden van Trump gewonnen had. Door heftige emoties overmand stamelde hij snikkend: het is makkelijker vanochtend een ouder te zijn; karakter doet er toe; een goed persoon zijn doet er toe. Wat een opluchting! Vier jaar had een grauwsluier gelegen over Amerika en ver daarbuiten vanwege het presidentschap van Donald J. Trump. Hoe moesten Amerikaanse ouders hun kinderen opvoeden met dit voorbeeld in het Witte Huis? Vreugdetranen bij Jones.

Tranen van verdriet en wanhoop waren er bij Greta Thunberg in New York september 2019 toen ze vertegenwoordigers van de Verenigde Naties toebeet: how dare you, hoe durven jullie onze toekomst te verkloten!? Ik heb niet het idee dat er inmiddels overal keihard gewerkt wordt om die toekomst begaanbaar te houden. Vergeefse tranen bij Greta?

Ik ging bij mezelf na wanneer ik voor het eerst (onbaatzuchtige) tranen had vergoten. Ik kom uit bij een film in de jaren 50 van de vorige eeuw die in de titel al tranen had: Tranen over Johannesburg (naar een boek van Alan Paton, uitgekomen in 1948). Nadien werd ik een krantenlezer, altijd was er reden om tranen te vergieten over steden en landen, de ellende van de mensen. Momenteel zijn er tranen over de toeslagenaffaire en over Honduras dat getroffen is door opeenvolgende orkanen. Amerika onder Biden sluit zich weer aan bij het klimaatakkoord van Parijs; als we niets doen wordt de planeet geroosterd, weet hij. Ik denk aan Jemen, de Rohingya’s, de Oeigoeren, de dappere mensen in Belarus, de burgeroorlog in Tigray, Ethiopië. Een pessimistische metafoor uit het christelijk arsenaal is “tranendal”. Is onze wereld inderdaad niet een tranendal? Dat brengt me naar Jezus van Nazareth. Zijn er van hem tranen bekend? Wis en waarachtig. Hij huilt bij het graf van zijn vriend Lazarus (Johannes 11, 35); menig pastor zal die tekst gebruikt hebben bij de uitvaartdienst van coronadoden. Hij barst in tranen uit om het Jeruzalem dat de profeten doodt: “zag u maar de weg naar de vrede” (Lucas 19, 41).

Moet ik in lacrimose termen over Goirle schrijven? Ik kreeg nogal wat reacties op mijn column tiny homes met tiny tuin. Velen vinden het beleid van de gemeente om te huilen. Straks staat op de hoek Kalverstraat – Tilburgseweg een “steenpuist” (dixit Deborah) die nooit meer uitgeknepen kan worden. Waar is nog ruimte voor starters, voor sociale woningbouw, voor cultuur … als de gemeente door blijft gaan met het geldgestuurde denken? Wat hebben we aan een gemeente die braaf de neoliberale agenda van Rutte uitvoert, die buigt naar het grote geld, die netjes binnen de lijntjes blijft lopen van wat verstandig geacht wordt? Hoe merk je nu in Goirle dat een radicaal andere levenswijze geboden is om onze wereld bewoonbaar en leefbaar te houden? Moet je niet van onder af beginnen (voab)? Waar zijn de initiatieven, de stimulansen, de prikkels? Waar blijft de gemeentelijke en politieke agenda die echt interessant zou zijn? Die het verschil zou gaan maken? Snif.

Tiny homes met tiny tuin

GB 28 oktober 2020

Nooit gedacht dat ik nog eens een column zou schrijven over de hoek Kalverstraat – Tilburgseweg, over de grond van Woonstichting Leystromen, over de tuin. Ik volg de eindeloze, jarenlange discussie in de raad met belangstelling én met droefenis. Wel of geen commerciële plint, drie, vier, vijf of zes bouwlagen, dure appartementen want de grond is duur, altijd weer (veel) geld voor haalbaarheidsonderzoeken, de parkeerplaatsenproblematiek, tot en met het als onzinnig afgeschreven voorstel van de SP om de tuin de tuin te laten, zoveel groen hebben we niet in het centrum. Belangstelling en droefenis, want er gaat geheid iets uitkomen dat de wanstaltigheid van Goirles centrum zal vergroten. Iemand uit mijn kennissenkring zegt nogal eens: hier word ik zo blij van. Dat zal ik niet gauw zeggen, maar wel werd ik blij van een ingeving over die veelbesproken hoek Kalverstraat – Tilburgseweg. Het idee is: tiny homes (40 t/m 55 m2) met een tiny tuin. Bouw tiny homes tegen de lelijke wanden aan, drie hoog. Alle homes worden verhuurd aan huurders onder de huurgrens in huizen die 100 % energieneutraal zijn en duurzaam gebouwd. Op de begane grond komen ouderen te wonen, op de eerste verdieping jonge starters, op de tweede verdieping (onder de puntdaken waarop zonnepanelen liggen) ook. Doorstroming op de begane grond wordt door de natuur geregeld, doorstroming op de verdiepingen kun je regelen door contracten van 10 jaar aan te bieden (ik ken voorbeelden in den lande). Aan de achterkant van de huizen loopt een straatje dat toegang geeft naar de voordeuren en de schuurtjes. Er komen geen parkeerplaatsen want in het plan is opgenomen dat de bewoners geen auto bezitten. Er zijn hooguit enkele (elektrische) deelauto’s. De mensen die er gaan wonen, oude mensen en jonge mensen, gaan met elkaar een commitment aan voor hand- en spandiensten, voor onderlinge hulp en contact. De jonge mensen verplichten zich tot het onderhouden van de tuin die voor hun huizen ligt, de tuin die dus naar de volstrekt niet onzinnige wens van de SP voor een deel behouden blijft tot genoegen van de bewoners en de centrumbewoners en heul Gool. Ik liep dus met dit idee rond, maar toen ik Marc van Ooijen las in NRC-H van 20 oktober dacht ik: vooruit met de geit, ik schrijf het op. Kop: “Het ouderenzorgbeleid moet radicaal anders.” Onderkop: “Stop kwetsbare ouderen niet langer in verpleeghuizen waar ze niet om hebben gevraagd. Tijd voor kleinschaligheid.” Citaat: “De regering moet het gedachtengoed van de positieve gezondheid uitgangspunt maken van haar beleid. Dan kunnen gemeenten met hun inwoners, woningcorporaties en zorgorganisaties de zorg en ondersteuning van hun (kwetsbare) ouderen in de praktijk brengen. Let wel: géén extra verpleeghuizen, maar kleinschalige woonvoorzieningen waar wonen en zorgen gebeurt in samenwerking tussen alle generaties, in nauwe samenwerking met zorgprofessionals.” Het is een godsgeschenk dat de grond van Leystromen is. De Woonstichting heeft een sociale taak. De gemeente idem dito. Ouderen en jongeren staan te trappelen. Maak ons blij met tiny homes en een tiny tuin.

Dingen die voorbij gaan

GB 23 september 2020

Afgelopen zaterdag 19 september was er in de kathedrale basiliek van Sint-Jan Evangelist te ’s-Hertogenbosch een herdenkingsviering voor overleden religieuzen in de periode 1 maart tot 1 september. Maar liefst 180 namen werden met eerbied genoemd, aan Covid-19 overleden, overleden zonder test, of gewoon stokoud en der dagen zat. Het is een hele hap uit het toch al snel slinkende bestand van religieuzen in Nederland: zusters, broeders, fraters en paters. Hebben zij landelijk de nodige eer en dank gekregen voor de bewezen diensten? Nee, natuurlijk, want ondank is ’s werelds loon. Komende zondag 27 september neemt pastoor Martin van Zutphen afscheid van de Sint-Jan Onthoofding in Goirle; tegelijkertijd vertrekt diaken Jan van Amelsvoort. De kerk in Goirle heeft dan geen eigen clerus meer, de snel slinkende groep parochianen wordt dan bediend vanuit ’t Heike in Tilburg. Op 10 september was de uitvaart van Adrianus kardinaal Simonis (kardinalen hebben die volgorde in naamsaanduiding) uit de Catharinakathedraal in Utrecht. Stijn Fens in Trouw had een mooie en melancholieke “evaluatie” van de man; volgens hem en volgens de sprekers tijdens de uitvaart (Wim kardinaal Eijk, bisschop Gerard de Korte en prof. dr. Paul van Geest) was er na aanvankelijke verguizing toch waardering gegroeid voor de man. Eind goed al goed. Ik was het wel eens met Fens, ik word ook steeds milder. Al kon ik me goed herinneren hoe boos “we” waren op de jonge Simonis die tijdens het pastoraal concilie, waar de wind van vernieuwing en aggiornamento waaide (democratie, afschaffing celibaat, vrouw in het ambt), eigenhandig beginnende nieuwheid de nek omdraaide. Dat laatste vooral toen hij macht kreeg als bisschop van Rotterdam en vervolgens als aartsbisschop van Utrecht en kardinaal: als “prins” van de Rooms-katholieke Kerk. Bij de avondwake voor Maria van den Muijsenbergh-Geurts zat kardinaal Simonis in de kerkbank van de Sint-Jan in Goirle, eer bewijzend aan de vrouw die vele goede diensten had bewezen in de bisschoppelijke beleidscommissie. Bij die gelegenheid werd Simonis twee maal foutief aangesproken als “kardinaal Alfrink” iets wat hij goedgemutst over zich heen liet komen. Tussen haakjes: vanuit een uitzinnig progressieve hoek werd ooit gesuggereerd dat die Goirlese Maria ook een kardinaalshoed(je) waardig was. Terug naar de uitvaart van Simonis. Zijn grootste blunder was rond de affaire seksueel misbruik toen hij met droge ogen en welbewust bij Pauw en Witteman beweerde: ich habe es nicht gewusst. Dat was een witte leugen, waarvoor hij zich later verontschuldigd heeft. Huisvriend Paul van Geest echter zei dat die goede Ad zich “werkelijk” niet kon voorstellen wat daar allemaal gebeurd was aan vieze spelletjes (mijn woorden): dat was zo ver buiten zijn leefwereld dat het daarom ook waar was, hij hád het niet geweten. Ik geloofde Paul, vooral toen hij ons het beeld meegaf van een man die zijn sigaar rookte, postzegels verzamelde, op zijn huisorgeltje speelde, elke morgen de mis opdroeg en dacht in het vagevuur terecht te komen. Toen ik dat hoorde dacht ik: met Simonis is het rijke roomse leven voorbij, voorgoed voorbij.

Carola

GB 26 augustus 2020

Bijna alle zomergasten zijn goed dit jaar. Ik heb met genoegen gekeken naar Glen de Randamie (rapper Typhoon), Inez Weski, Jaap Goudsmit. Wel vond ik de avonden te lang, ik kneep er telkens een half uur of zoiets vanaf. De beste vond ik Carola Schouten, naar haar heb ik van begin tot einde gekeken. De wereld gaat ten onder aan kerels die zich zeer geschikt achten om te heersen, te regeren en te leiden: Trump, Xi, Poetin, Bolsonaro, Erdogan, Assad, Johnson, Netanjahu, Kaczynski, Orban, Loekasjenko, ik ben niet volledig. Ook ten onzent in de landelijke politiek zie je weinig zelftwijfel bij de haantjes de voorste, Rutte voorop. Maar Carola is anders. Met vrouwen als zij zou de wereld gered kunnen worden. Dit is de duivelse paradox: mensen die zich geschikt achten zijn het niet, mensen die zich ongeschikt achten zijn het juist wel. Prachtig waren haar tranen bij het filmfragment van The Two Popes bij het thema vergeving en de vraag of je geschikt bent voor het ambt. In de film vraagt Bergoglio zich dat af (hij denkt van niet), in het gesprek vraagt Carola Schouten zich dat af voor zich zelf. Als minister moet zij ingrijpende maatregelen treffen die nodig zijn voor het milieu, het klimaat, de houdbaarheid van de aarde; maar zij heeft altijd de individuele boer voor ogen, de concrete man of vrouw die getroffen wordt door de besluiten van de politiek. Een spagaat noemt Janine Abbring dat. De vakantie in Nederland bracht mij in contact met zo’n boerin. De hele avond gromden de tractoren op het land, het gras moest eraf want er werd een zwaar onweer voorspeld boven het Drentse land. De volgende ochtend was ik vroeg wakker en kuierde ik langs het Oranjekanaal naar de boerderij een paar honderd meter verder. Daar zette de boerin haar container aan de weg, en ik vroeg haar of het gras op tijd binnen was gehaald. Ja, goddank was dat gelukt en dankzij de loonwerker (300 euro per uur) die de klus had geklaard, eerder dan afgesproken. Ze was heel open over haar bedrijf: 80 ha grasland, 130 koeien. Het was de derde grasoogst dit jaar, een karige oogst die derde. Ze zouden gras moeten bijkopen. Nee, ook de mest van de koeien was te weinig, er moest ook kunstmest op. “Hier groeit eigenlijk niets”. Ze stond niet afwijzend tegenover de biologische gedachte, maar een collega een eind verderop die het probeerde had al drie jaar achtereen verlies geleden. Ja, er was een zoon die het bedrijf wilde overnemen, hij zou voor zware beslissingen komen te staan. Een vriendelijke, open, bezorgde vrouw, die mijlenver af staat van de jongens van Farmers Defence Force die Carola Schouten bedreigden. Toen ik later zomergast Carola zag besefte ik dat zij dit soort boeren, nee, deze concrete vrouw, voor ogen heeft als zij in bed ligt te woelen, in Spangen waar ze is blijven wonen in al haar eenvoud. Carola is een sieraad voor de ChristenUnie, een echte christen, een prachtvrouw.

meer of minder?

GB 19 augustus 2020

“Meer troost”, zette Willem van der Kuijlen vorige week boven zijn interessante column. Sommige lezers zullen even op het verkeerde been zijn gezet en gedacht hebben aan de voormalige gemeentesecretaris van Goirle die Troost heet en die tegenwoordig Goirle bij Tilburg wil hebben. Het ging echter over Troost in de filosofie, de vertaling van het beroemde werk van Boëthius door Piet Gerbrandy. Ik wil het over “meer” hebben, waarbij het telkens de vraag is: meer of minder. We willen minder besmettingen, maar we krijgen meer. We willen dat zorgmedewerkers meer gaan verdienen, maar er is geen quorum in de Tweede Kamer als er gestemd moet worden over een motie van Wilders die hierom vraagt omdat de regeringspartijen weglopen. Schandalig. Ik zou wel wat minder verwarring willen. Als straks bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer opnieuw de machtsverdeling aan de orde is, lijkt me de Grote Keuze tussen neoliberale, Ruttiaanse vrijheid, of neolinkse afgedwongen verantwoordelijkheid en solidariteit. Meer geschiedenisonderwijs lijkt me nodig. Ik was in Kamp Westerbork, het was daar stervensdruk van dagjesmensen en ik hoorde twee kinderen aan elkaar uitleggen: hier hebben ze héél veel mensen doodgemaakt. Ik was in Ezumazijl, een gehucht bij Anjum, waar iemand me vertelde dat zijn woongenot letterlijk verknald wordt door stoeten motoren. Straks komt daar het tuftuf van plezierscheepvaart van Workum naar de fake-stad Esonstad bij als de verbreding van de sloot achter zijn huis klaar is. Ja, nu ben ik wel heel ver weg van Goirle, maar ik moest denken aan een bewoner van de Molenstraat die zijn woongenot aangetast weet door het plezier van motorrijders die zo hard mogelijk willen knallen: je hoort ze al van ver aankomen, ze razen langs je huis en je kunt nog lang nagenieten. Welke macht, welk gezag durft dit kabaal aan te pakken? Wat een kutplaats! schreeuwde die wielrenner toen hij vol in de remmen moest knijpen bij rotonde Rillaersebaan en het wijkje bij de surfplas. Ik ving dat lelijke expletief toevallig op. De automobilist had voorrang en nam die ook, de fietser dacht dat hij die had. Waarschijnlijk was hij een halve minuut eerder bij de rotonde Rillaersebaan – Tilburgseweg ook al bijna verongelukt. Zoals we van Leo van Zeeland weten is er in Tilburg en overal in Nederland voorrang voor de fietser, behalve in Goirle. Waar was trouwens gezag, macht en handhaving bij de Oostplas? De bende van het bermtoerisme kon alleen bestreden worden met een laag mest, koeien en geiten. Moet Goirle zich niet schamen? Meer opvoeding. Waar heeft de antiautoritaire opvoeding van de laatste vijftig jaren ons gebracht? Zijn onze kinderen niet opgegroeid met het idee dat het leven één groot feest is? Hoe moeten we ze nu nog duidelijk maken dat het feest voorbij is? Dat alles minder zal worden wil mens en planeet overleven? Zal die oproep van Jan Hoek (94) om het nog even vol te houden aankomen? Less is more, het wordt nog een hele klus om meer van het leven te maken met minder.

Leeftijdscriterium

GB 1 juli 2020

Op 16 juni bracht Nieuwsuur een hot item, het zou nog wekenlang de gemoederen bezig houden: de criteria die je kunt hanteren bij een tweede coronagolf voor de verdeling van schaarse IC-bedden. Hooggeleerde ethici hadden zich erover gebogen en een protocol opgesteld, de artsen waren er heel blij mee, werd al meteen gezegd. Zo hoefden ze zelf niet meer na te denken en die vreselijke beslissingen te nemen wie wel wie niet. Dat zou dan volautomatisch gaan volgens het protocol. Ethici zijn mensen die beroepshalve nadenken over het juiste handelen. Ze hadden bedacht dat het goed zou zijn eerst kortverblijvers op te nemen. Vervolgens dat voorrang van Covid-19 patiënten boven andere patiënten uit den boze zou zijn. Wel zouden mensen die bij de uitoefening van hun beroep besmet waren geraakt met het virus, terwijl ze onvoldoende beschermmiddelen hadden, voorrang dienen te krijgen. So far so good. Ik heb nergens de billijkheid van die criteria betwist gezien. Maar het leeftijdscriterium bracht de ethici in zwaar weer. Ze kwamen met overzichtelijke schijven van 1 – 20, 20 – 40, 40 – 60 en 60 – 80. Wie nog niet zo veel geleefd had zou voorrang moeten krijgen boven iemand die al heel wat leven had “gehad”. Mijn eerste gedachte was: fair enough (merkwaardig dat ik zulke beslissende dingen in het Engels denk), maar alras merkte ik dat die fairness lang niet bij iedereen in het oog sprong. Diezelfde avond liet staatssecretaris Martin van Rijn weten dat elk mens even waardevol is, en dat hij desnoods met een wet zou komen die dit criterium verbiedt. De hele politiek volgde hem. Ik heb me toen verbaasd over het onmiddellijke ethische aanvoelen van Martin van Rijn en de hele politiek versus het gedegen denkwerk van de ethici – sommige woordvoerders vergrijsd en bejaard (60 – 80). Waar komt dit verschil vandaan? Ik denk dat we hier stuiten op twee verschillende mensbeelden. De ethici beschouwen de mens kennelijk als individu, als een exemplaar van de soort; je kunt ze optellen en aftrekken, zelfs in een trechter stoppen (hallo Dunning, 1991), er rationeel beleid op loslaten, onderbrengen in protocollen en geautomatiseerde processen: heel handig, je hoeft niet langer na te denken en keuzes te maken. Martin van Rijn beschouwt de mens als een persoon, d.w.z. als uniek en onvervangbaar, iemand die in relatie staat met geliefden, van onschatbare waarde, niet iemand die je in een processor kunt stoppen. Als je zo denkt over de mens kun je weinig met het leeftijdscriterium. Moet je dan iemand oud en der dagen zat redden en een jong mens verloren laten gaan? Dat zal ik niet zeggen, maar het is mogelijk dat de oude mens – als het met hem/haar besproken wordt – zal zeggen: geef die jonge mens voorrang. Het lijkt me ethischer om je leven te geven, dan dat het van je afgenomen wordt ingevolge een protocol. Wat nog wel een puzzel is: hoe komt Martin van Rijn aan dit personalistisch mensbeeld? De gangbare politiek kan doorgaans veel beter uit de voeten met het individualistische …

Goede raad

GB 27 mei 2020

53.000 mensen tekenden de petitie aan de regering om alleenstaande kinderen op te nemen uit de overvolle kampen uit Lesbos. Daar ging nog een paginagrote advertentie over heen van louter bekende namen, mensen met groot gezag in de Nederlandse samenleving, de crème de la crème, het puikje der natie. Ik dacht: dat kan het kabinet Rutte niet naast zich neerleggen, dat gaan ze doen. Dat dacht ik nog sterker toen de koning op 4 mei op de Dam had gezegd dat we niet moeten wegkijken. Werd het kabinet overvraagd? Was het een onmogelijke zaak? Ging het om duizenden kinderen? Welnee, om een twintigtal. Beschaafde landen zoals Duitsland, Portugal, Finland, Luxemburg, Kroatië en Frankrijk deden het wel. Maar Nederland niet. Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD) vindt kinderen opnemen geen structurele oplossing; ze kunnen beter in Griekenland blijven. Hoe zullen die ondertekenaars en de koning zich nu voelen? Op z’n minst bescheten, dunkt me. Hetzelfde geldt voor de goede raad van CDA-prominenten in Noord-Brabant zoals Ernst Hirsch Ballin, Wil van der Kruijs en anderen om niet samen te werken met Forum voor Democratie van Thierry Baudet: driewerf doe het niet. Maar ze deden het toch. Hoe zullen Ernst en Wil zich voelen? Hetzelfde zal gelden voor de oproep van Jaap de Hoop Scheffer om een miljard euro te schenken aan Afrika voor de bestrijding van corona. Jaap is niet helemaal een stuurman aan de wal (zoals Dries van Agt wel toen hij de Palestijnse zaak ging bepleiten), want hij is voorzitter van de AIV, de Adviesraad Internationale Vraagstukken. De adviesraad zegt: dit is geen liefdadigheid maar in ons belang; we moeten het doen anders zitten we straks in deep shit. Zal ik eens voorspellen wat Rutte, Hoekstra en kompanen met dit advies gaan doen? Ze gaan met dit advies als ware het drielaags wc-papier hun gat afvegen. Jaap de Hoop Schepper zal zich bescheten voelen. Neem Coen Teulings, oud-directeur van het CPB en hoogleraar aan de universiteit van Utrecht. Ik lees graag zijn glasheldere macro-economische analyses; ze komen er op neer dat Nederland bijna alles verkeerd doet. Luister toch naar Coens goede raad. Maar, zult u zich hoofdschuddend afvragen, is deze columnist niet erg ver van Goirles’ belangen verwijderd geraakt? Misschien. Daarom vestig ik de aandacht op de prachtige adviezen van Leo van Zeeland (fervent fietser maar ook automobilist) de afgelopen weken in Goirles Belang. Hij schrijft over de meest fietsonvriendelijke gemeente van Nederland, en dat is Goirle. Goirle is straks de enige gemeente in Nederland waar vrijliggende fietspaden rond de rotondes geen voorrang hebben. De situatie op de rotonde Rillaersebaan – Abcovenseweg is een aanfluiting, jaren geleden al onder de aandacht gebracht door Mario de Kort. Denkt u ook dat ons luistergrage college van B&W naar zijn goede raad gaat handelen? Ja, toch!? Overigens lees ik corona als een dringend advies aan de wereld om samen te werken, solidair te zijn, de encycliek Laudato Si’ te herlezen, werkelijk iets te doen aan het milieu, het klimaat en het lot van de armen.

blauwe paasmaandag

GB 6 mei 2020

Schrijvend op paasmaandag keek ik terug op drie online paasmissen. Op NPO2 zag ik bisschop Harrie Smeets in de kathedraal van Roermond. Op VRT Een was het Parijs, een bisschop en een paar dominicanen. Normale kijkcijfers 60.000, nu 140.000. Ten slotte keek ik op de ARD naar de mis in de Sint Pieter, waar paus Franciscus voorging. Een en ander was enkel mogelijk door te zappen. Bij de paus bleef ik het langst hangen, tot en met zijn paaspreek en zijn zegen urbi et orbi. Hoe die preek te typeren? Ik zou zeggen: een bedroefde schets van de toestand in de wereld die een doornenkroon op het hoofd gedrukt heeft gekregen. De paus heeft geen divisies, zoals Stalin al wist. Hij kan alleen maar zacht oproepen oorlogen te staken, geen wapens meer te produceren, schulden vrij te schelden, wereldwijde solidariteit te betrachten. Hij legde de vinger op al de plekken waar het pijn doet; ik miste de Oeigoeren en de Rohinga's.  Ik dacht: als de regeringsleiders eens naar die man zouden luisteren, de wereld zou ervan opknappen.Vervolgens keek ik naar Buitenhof waar Mathieu Segers en Arnoud Boot de onsolidaire Nederlandse opstelling in Europa onder de loep namen (Rutte, Hoekstra): reden om je als Nederlander diep te schamen. De online mis in onze eigen Sint Jan? Daar had ik geen tijd voor, maar op paasmaandag wel. Op YouTube, dankzij een opname van de LOG. Dat is het voordeel van deze ongelukkige tijd, dat je alles op je eigen tijd kunt bekijken en beluisteren. Ik las ergens dat de kerken misschien dankzij de online activiteiten zullen overleven, ze maken de grootste innovatie mee sinds de hervorming van Maarten Luther in de 16 eeuw. Ook de achterhaalde denominatiegrenzen worden afgebroken; je kerkt waar het gras groen is. Goed, op maandag keek ik naar Martin van Zutphen, de emeritus-pastoor die toch maar doorgaat in een compleet lege kerk, geflankeerd door diaken Jan van Amelsfoort en bijgestaan door een mij onbekende misdienaar. Het ritueel van de handenwassing (in veel kerken allang afgeschaft) wordt in de Goirlese Sint Jan wel uitgevoerd, en het leek nog zinvol ook. Rob Nederlof aan het orgel. Een mis van Jozef Baars in blik. Bij Rob dacht ik aan Factorium, onze muziekschool die ontmanteld wordt tot een zooitje zzp-ers. Ach, wat een armoede toch! In Duitsland is er 50 miljard om de cultuursector overeind te houden, in Nederland geen rooie cent. Kunnen we ons na 75 jaar niet alsnog bij Duitsland aansluiten als de zeventiende deelstaat? Van een lid van het Gemengd Koor Goirle kreeg ik een link waarin dirigente Gabrielka Clout met haar man Marcel van Dieren een verkorte Matteüspassie uitvoeren.Veel musici geven vanuit hun huis (zie Podium Witteman) visite-kaartjes af, sorry, verkeerd woord, het zijn meer kreten “wij zijn er nog”. Want waar zijn zij straks? Wat gaan de koren doen? Wat gaat ons arme CC Jan van Besouw doen? Bange vragen op een bedrukte, blauwe paasmaandag en niemand die het antwoord weet …

Corona

GB 18 maart 2020

Het virus heeft wel een ironische naam, ik zal dat uitleggen. Corona betekent kroon. De mens, althans homo sapiens, is op de onzalige gedachte gekomen dat hij de kroon op de schepping is: de hoogste levensvorm. Nu is er sinds een paar maanden in China die nietige levensvorm opgedoken die vanwege haar kroonachtige gedaante “corona” wordt genoemd. Het coronavirus staat momenteel de mens naar het leven. Ik ben al heel lang vertrouwd met de gedachte dat er reden is om bescheiden te denken over “de mens”. Structuralistische filosofen, die in grote vergezichten en langdurige structuren denken, hebben het beeld gebruikt van de eb en de vloed der eeuwen waarin de mens gezien wordt als louter schuim aan het strand – kortstondig schuimend en dan weer verdwijnend. Ik geloof dat biologen algemeen van mening zijn dat de oudste en kleinste levensvormen, virussen en bacteriën, uiteindelijk sterker zullen blijken dan de mens, en de mensheid zullen overleven als de laatste levensvormen op aarde. Maken wij dat mee? We weten niet hoe dit virus zich zal ontwikkelen. In de Middeleeuwen halveerde de pest de bevolking, in 1919 stierven miljoenen mensen aan de Spaanse griep. Hiv, Mexicaanse griep, ebola en SARS zijn recente pogingen die nog ingedamd konden worden. Zullen we dat met corona ook klaarkrijgen? Natuurlijk, geen paniek. Maar we weten het niet. Stel dat het niet lukt en dat we eraan gaan? In dat geval moeten we toegeven dat homo deus het ernaar gemaakt heeft: wat een rotzooi laten wij achter in termen van klimaat, uitbuiting van de bronnen, vervuiling, roofbouw, oorlogen, vluchtelingenstromen. Gaan CDA, VVD, PVV en FVD het Vluchtelingenverdrag opzeggen? Kunnen de universele rechten van de mens bij het oud papier? Is het waar dat de waardengemeenschap die de Europese Unie zegt te zijn bij de Turks-Griekse grens met traangas op vluchtelingen heeft geschoten en zelfs met scherp? Wij kunnen ons zelf niet meer helpen, we hebben onze kans gehad, we verdienen het te sterven, het coronavirus is de uitvoerder van kosmische gerechtigheid. De koning sterft. De mens sterft. Wir setzen uns mit Tränen nieder. Met de klanken van Bachs Matthäuspassion nemen wij afscheid. Maar volgens het christelijk script is er leven na de coronadood. Jonge mensen zullen overleven. Zeg al de mensen vanaf de leeftijd van Greta Thunberg en jonger: zij erven de aarde die een woestijn zal zijn. Zij zullen de atoomwapens laten rotten, al het oorlogstuig zullen zij omsmeden tot ploegscharen. Zij zullen de aarde behoeden met alles wat weer groeit en bloeit. Zij zullen zich herkennen als vreemdelingen en vluchtelingen. Zij zullen alleen werken aan zinvolle werken: de werken van barmhartigheid, goed voedsel en heldere drank, duurzame kleding en nul-energie onderdak, liefdevolle zorg en de laatste eer. Voor iedereen, zonder grenzen. En God omringt dit jonge volk met zorg en liefde, koestert het als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt. Zo zal de HEER dit volk leiden (zie: Deuteronomium 32, 10-12).

Goede en slechte mensen

GB 8 januari 2020

Leuk, wat gastcolumnist Kees van Bohemen vorige week deed met Gossie. God zit veel mensen voor in de mond, dat geldt voor gelovige en ongelovige mensen, goeie en slechte, “geslacht en ongeslacht” –  was dat Fons Jansen destijds met zijn Lachende Kerk of Wim Sonneveld met Frater Venantius, dat ben ik kwijt. Wat opvallend was aan de kerstpreek van paus Franciscus was niet dat God van de mensen houdt – dat geloven wij wel – maar dat hij óók van de slechtste mensen houdt. Wat weten wij van God? Filosofisch gesproken: niets. Maar de theologie probeert toch wel iets te zeggen, anders kan ze wel inpakken. Als katholieke jongen ben ik geneigd op te letten als de paus iets over God zegt. Zelf denk ik ook van alles over God, en ik vermoed dat dit met veel mensen het geval is: op een of andere manier is Godskennis een intiem weten. Waar ik ook van opkeek was het interview met Joris Vercammen; deze maand vertrekt hij als oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht. Jammer, de goeie gaan, de slechte blijven, maar God houdt van iedereen dus ook van de katholieke aartsbisschop van Utrecht kardinaal Wim Eijk. Maar goed, Vercammen zei het volgende: “Ik meen dat je moet openstaan voor alles, zonder taboes. Geen vaststaande antwoorden. God kent ook geen taboes. In vreugde en verdriet wil de Geest ons iets duidelijk maken. Die openheid zorgt voor verbondenheid en participatie. En dat is waar de mensen naar snakken.” Trouw had als kop: “God kent geen taboes, en wij dus ook niet.” Ik dacht: wat kan het eenvoudig zijn: dat geworstel met de vrouw in het ambt (zowel in de rkk als aan de zware kant van de Reformatie), het celibaat, de acceptatie van een hele rits facts of life. God heeft er geen problemen mee, waarom maken wij die dan wel? Hoeft niet eerwaarde jongens en miskende meisjes! Maar ja, makkelijk praten, wij zijn God niet. Ik heb te doen met die verschrikkelijke keuze tussen de Heikese kerk en de Heuvelse kerk. Heike is de oudste en onverkoopbaar, Heuvel is de beeldbepalende kerk van Tilburg (wist u dat Heike én Heuvel samen met onze Sint Jan tot één en dezelfde parochie horen: De Goede Herder? Het gaat ons dus ook enigszins aan). De Heuvelse kerk schijnt verkoopbaar te zijn, er zijn kopers/kapers op de kust. Er is maar één manier om beide kerken (en hetzelfde geldt voor de Sint Jan in Goirle) open te houden voor de eredienst: door een forse toename van het kerkbezoek: elke zondag volle bak en een redelijke duit in het zakje, dan is er niets aan de hand. Maar dat zal niet gebeuren. In de jaaroverzichten en de terugblikken over het vorige decennium werd gemeld dat het kerkbezoek weer is teruggelopen. Gelovig of ongelovig, goed of slecht, geslacht of ongeslacht: de huidige mens kiest ervoor om niet naar de kerk te gaan. Wat zou God daar van vinden? Zou het Hem/Haar iets uitmaken? Vraagje voor Franciscus en Joris.

Audi

GB 30 oktober 2019

In de middag schrijf ik de column. 's Ochtends heb ik op het NOS radiojournaal gehoord over daklozen. Het Leger des Heils trekt aan de alarmbel: in tien jaar tijd is het aantal daklozen verdubbeld, het aantal blijft groeien, maar de gemeentes – ook al weer een nieuwe verantwoordelijkheid door de rijksoverheid over de schutting van dit fantastische land gekieperd – geven steeds minder geld. De avond tevoren heb ik in Letter & Geest (Trouw 19 oktober 2019) een interview gelezen met de Duitse socioloog Heinz Bude, onder de titel: Ontspoorde ongelijkheid. Hij spreekt over zijn boek “Solidariteit, de toekomst van een grote gedachte.” Over solidariteit hadden “we” het in de jaren 60 van de vorige eeuw, maar Bude wil het stof afblazen van het idee; hij voorziet dat het een grote toekomst heeft. We hebben belang bij solidariteit, want als we niet rechtvaardig en solidair zijn dan gaan we er allemaal aan: mens, dier en aarde. Nu moet ik een zonde opbiechten. In de zaterdagbijlage van de NRC lees ik altijd de autorubriek van Bas van Putten. Ik lees over zijn testritten in auto's die vaak meer dan een ton kosten. Optrekken naar 100 meter in 3,4 seconden. Ik schep er een kinderlijk en kinderachtig genoegen in: dromen over zo'n auto. Ik heb nooit een auto gehad. Maar nu denk ik vooral terug aan een ervaring onlangs in Eindhoven. Ik was door de straatpastor uitgenodigd om eens langs te komen bij zijn woensdagmiddagviering in de Catharinakerk voor dak-  en thuislozen om daarna met hen aan tafel te gaan voor een gratis lunch. En zo zat ik na een korte viering van 15 minuten met life orgelspel, een welgekozen tekst, een bemoedigend woord, een paar voorbedes, aan tafel met allerlei mensen “met een verhaal”. Pechvogels, gestoorde mensen, verslaafden, vervelende én leuke gasten. De soep werd uitgediend, de mand met gesmeerde boterhammen ging diverse keren rond, een appel als dessert. Na de maaltijd keek ik samen met een tafelgast uit het raam naar een Audi die daar foutief geparkeerd stond. Hij wist mij te vertellen: die kost meer dan 100.000 euro … is ie van u? Ik had een stropdas om en was in pak. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik geen auto had. Geheel naar waarheid kon ik hem vertellen: nee, die is niet van mij, ik heb geen auto, kijk, daar staat mijn vervoer, mijn vouwfiets. Een moment voelde ik me een rechtvaardige, iemand die solidair is, een goed gevoel waarmee geen dakloze geholpen is. En nu vraag ik me af waarom Audi audi heet. Het Latijnse audi betekent luister, of hoor. Ik ken nog de bede uit mijn oude dagmissaal: Domine, ex-audi orationem meam, Heer, verhoor mijn gebed. Ik geloof niet dat de wereld veel gebaat is bij Audi en consorten die in 3,4 seconden 100 meter overbruggen (langzaam eigenlijk als een hardloper al onder de tien seconden blijft). Maar dat de wereld moet luisteren naar de vele noden lijkt me wel zeker. Ex-audi, Domine.

deugen

GB 25 september 2019

Onlangs verscheen Rutger Bregman, De meeste mensen deugen (de Correspondent; 528 blz.). Het is een prikkelende titel die veel discussie oproept in kringen waar graag gediscussieerd wordt. Bregman stelt: “mensen denken over het algemeen dat de meeste mensen NIET deugen, maar wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de meeste mensen wel degelijk deugen.” Leve de wetenschap, zeg ik altijd maar. Waarom denken zo veel mensen van niet? Waarom houden zij er zo’n zwartgallig mensbeeld op na? Volgens Bregman is dat de schuld van de bijbel, het christendom, Augustinus, Luther en Calvijn en de Dordtse catechismus die leert dat de mens verdorven is, onbekwaam tot enig goed. De vermaledijde erfzonde. Weg met die ballast van dat denken, zegt Bregman, weg met die negativiteit; ga eindelijk eens zien dat de meeste mensen deugen, dat je de mens best wel kunt vertrouwen. Het zal een enorme maatschappelijke verbetering tot gevolg hebben. Controles op de werkvloer zijn niet nodig, verantwoordelijke en zelfsturende teams zullen hun werk goed doen; het basisloon kan veilig worden ingevoerd want je kunt er op vertrouwen dat alle noodzakelijke werkzaamheden vervuld zullen worden. Als u mij nu vraagt wat ik hiervan vind, dan zal ik het u zeggen. Ik geloof óók dat de meeste mensen deugen. In principe heeft God de mens goed geschapen, zeer goed zelfs, naar zijn beeld en gelijkenis, zegt Genesis. De bijbel heeft géén zwartgallig mensbeeld. Maar de bijbel heeft wel een realistisch mensbeeld als ze signaleert dat er iets mis is gegaan in de geschiedenis van de mens: er is ondeugd binnengeslopen, kruipend als een slippery slang, sprekend met de gespleten tong van de duivel. Doodzonde, dagelijkse zonde, verslaving, rottigheid, ondeugd. Mensen die deugen moeten strijden tegen de ondeugd, een strijd die levenslang duurt. Luister naar de realist Paulus, hij kent de mens, hij kent zich zelf: “Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst” (Rom. 7, 18 – 20). Je kunt zeggen: ho ho, Paulus, kan het een tandje minder? Maar me lijkt dat hij een treffende beschrijving geeft van ons gedrag in de klimaatcrisis. We willen wel, maar we kunnen niet. Hannah Arendt sprak na WOII over de banaliteit van het kwaad. En vandaag: hoe banaal zijn drugs niet geworden in partyland Nederland? Welke blije gebruiker kan nog beweren dat pilletjes en lijntjes onschuldige genoegens zijn na de moord op Derk Wiersum (1975). Bregman heeft zijn boek een aanmatigende ondertitel meegegeven: een nieuwe geschiedenis van de mens. Wat is nieuw? Ik zou denken dat het om dezelfde geschiedenis gaat, het eeuwenoude liedje. De somberheid van Dordrecht heb ik als katholieke jongen niet. Ik geloof dat de meeste mensen deugen, zeker de mensen die ik meestal tegenkom; maar dat deugen is bedreigd, rottigheid is altijd binnen handbereik.

hieromdat?

GB 21 augustus 2019

Een interessante gastcolumn schreef filosoof Willem van der Kuijlen vorige week over de Goirlese roman van Norbert de Vries, Hieromdat. Hij vat de zijns inziens geldige cirkelredenering zo samen: “Waarom zijn we hier eigenlijk? Omdat we hier zijn, gekkie.” Ik ga mee in zijn enthousiaste aanbeveling, zij het dat ik een theologische reserve heb. Ja, in Hieromdat blijft het niet bij de dooddoener van het lied: we are here, because we are here. De romanpersonages zijn hier óók om te genieten van uitgelezen regels van vergeten dichters en zich te verblijden met spitse Latijnse spreuken: die zijn er ook, dus waarom zou je er niet van genieten? Ze hebben er plezier in om te zoeken naar de herkomst van gewone en ongewone woorden. Ze vermaken elkaar met onbenullige weetjes. Daarmee weten drie ambtenaren ten gemeentehuize hun zinloze bestaan van papier rondschuiven draaglijk te maken. Daarbij komen ze in een opwindende situatie terecht waarin een moord moet worden opgelost, wat in dit ondermaanse toch als een zinvolle bezigheid geldt. Van der Kuijlen: “Alles draait om Goirle en Goirle is de naam van het universum dat de auteur zich zodoende schept. Wat schiet een lezer hier mee op? Lees het! Lees het nog eens, want dan is het opeens een heel ander boek. Merk dan ook hoe Goirle zelf opeens een andere, een veel mooiere, zelfs de beste plek is om te zijn.” Nu mijn theologische reserve. Waarom zijn we hier? Om ons eigen, solipsistische universum te scheppen? Om voor God te spelen? Dat kan ik niet geloven, daar komt juist alle narigheid van: de moord op de natuur, de uitbuiting van de aarde, de verkrachting van de menselijke verhoudingen. We kunnen beter vasthouden aan het aloude antwoord: we zijn hier om God te eren en te dienen. Als je in het bijbelse verhaal meegaat dan geloof je dat God het universum, de dieren, de mensen schept als zeer goed. In het licht van de narigheid die ons elke dag bespringt via de media, weten we wat hier onze opdracht is: we zijn hier om de moord op de natuur op te lossen, we zijn hier om een andere dan de uitbuitende benadering van de aarde te beproeven, we zijn hier om te werken aan rechtvaardige verhoudingen tussen de mensen en ten opzichte van de dieren, we zijn hier om de vluchteling bij ons op te nemen. Deze dienst wordt van ons gevraagd, door deze dienst eren we God en leiden we een zinvol leven. Had ik het over de bijbel? Lees dat boek, lees het nog eens, want dan is het opeens een heel ander boek. Merk dan ook hoe deze wereld opeens een veel mooiere plek is, ja zelfs de beste plek om te zijn. Naar de maan? Naar Mars? Nee, dank u, geef mij maar deze wereld. Dan is er ook plaats voor de Goirlese roman van Norbert de Vries, dan is er ook nog ruimte om te genieten van vergeten dichters, Latijnse spreuken en mysterieuze woorden.

johannes de doper

GB 26 juni 2019

Afgelopen maandag was het “hoogfeest” zonder dat we een dag vrij kregen: de geboorte van Johannes de Doper. Ik kom er op vanwege het samengaan van de parochies in Riel, Alphen, Ulicoten, Baarle-Nassau en Chaam. Twintig jaar jaar geleden fuseerden de drie parochies van Goirle, er werd gezocht naar een nieuwe naam. De drie parochies heetten Johannes Onthoofding, Maria Boodschap en Heilige Geest. Er werd geen naam gevonden; de nieuwe parochie ging “parochie Goirle” heten, een naam van niks. Een aantal jaren later moest er weer gefuseerd worden: alle parochies ten zuiden van de spoorlijn die Tilburg verdeelt. Parochianen mochten namen voorstellen, met reden erbij. Ik heb toen een voorstel gedaan, nl. parochie Johannes de Doper. Mijn motivering was dat het een bescheiden naam is, een naam met belofte, een naam met kritische potentie. Ik vond dat wij als parochie niet veel pretenties moesten hebben, we konden beter proberen ons voor te bereiden op een christelijk leven. Mijn voorstel werd niet overgenomen; het werd parochie De Goede Herder. Ik was er niet blij mee, het klonk me te veel 1920 met bijbehorend kerkbeeld. In het fusieproces van de zes parochies aan de westgrens van Goirle, alle behorend tot het bisdom Breda, was er ook een volksraadpleging tot naamgeving. Ik deed niet mee, ik hoor ook niet bij dat bisdom. De uitslag frappeerde mij: het werd Johannes de Doper. Vanuit een shortlist kozen 140 mensen van de 280 voor deze naam: Johannes zal hij heten. Ik lees nergens een motivering, dat mag ik dus zelf invullen. Johannes de Doper lijkt mij een profeet voor deze tijd. Vrouwen krijgen steeds later kinderen, soms is het waarlijk een wonder dat er nog een kind komt. Dit is het verhaal van Elisabeth en Zacharias, de ouders van Johannes. Daarnaast is er moed voor nodig, een groot vertrouwen, om überhaupt nog een kind op de wereld te zetten. De wereld verandert langzaam maar zeker in een woestijn. Dat is niet alleen zo in Afrika en in grote delen van de wereld waar op gigantische schaal hout wordt gekapt, maar zelfs in het groene Nederland. Met behulp van kunstmest, insecticiden en onkruidverdelgers worden wel gewassen aan de grond afgedwongen, maar ecologisch gezien is de bodem zo dood als een pier. Er groeit alleen wat er moet groeien, er leven geen dieren meer die altijd in de bodem een habitat hadden. Alles is kapot en dood: woestijn. Welnu: Johannes de Doper is de profeet die in de woestijn leeft. Hij leeft van sprinkhanen en wilde honing. Hij heeft een uiterst geringe footprint. Johannes leeft een voorbeeldig leven, een voorbeeld dat we op een of andere manier moeten omarmen wil de aarde nog een kans krijgen om gered te worden. Waarschijnlijk is het al te laat. Maar door de parochie naar Johannes de Doper te noemen zegt deze parochie luid en duidelijk: je kunt je nog bekeren, je kunt van levenswijze veranderen. Maak ruimte voor wie na jou komt: je kinderen en kleinkinderen. Doe het sakkerju.

waken of slapen?

GB 22 mei 2019

Was u ook kapot van IPBES, het biodiversiteitspanel van de VN? Na een studie van jaren is er de consensus dat de natuur wereldwijd in ongekend tempo achteruit gaat. We halen zoveel grondstoffen uit de natuur dat die daarvan onvoldoende herstelt; de helft van de eco-systemen is ernstig aangetast, plant-  en diersoorten verdwijnen in een razend tempo, binnen enkele decennia sterven een miljoen soorten uit. Een paar dagen stonden de kranten er vol van. Misschien was u even kapot, maar dat ging over. Misschien hebt u een moment gedacht: dat biodiversiteitsteam van Goirle, we moeten maar eens ophouden daar lacherig over te doen. Misschien nam u zich voor die tegels en dat kunstgras weer uit de tuin te verwijderen, want alle beetjes helpen, zegt het rapport. We moeten echt van levenswijze veranderen, anders gaan we er aan. Boeien? Over tot de orde van de dag? Het lijkt wel alsof de mensheid op een onbewust niveau besloten heeft tot zelfmoord. We maken ons momenteel in Goirle drukker over de subsidie aan Factorium. Vanwege taxi-kosten van een paar kinderen die vergoed moeten worden, dreigt kaalslag van het culturele leven in Goirle. Dat is óók erg, maar er valt nog wat aan te doen: de leden van de gemeenteraad kunnen straks het voorstel van de wethouder van financiën en cultuur, Johan Swaans, wegstemmen en de subsidie handhaven. Was het met de biodiversiteit maar even gemakkelijk. Nu was ik onlangs in Megen, bij de zusters clarissen. Daar zag ik een levenswijze die de wereld nodig heeft. Eenvoudig leven, weinig consumeren, eten uit de eigen tuin, geen vlees, geen vliegreizen, een kleine footprint, en ze planten zich niet voort; aan de overbevolking werken ze niet mee. Met de abdis, zuster Angela, sprak ik over “bidden en werken” dat structuur geeft aan het monastieke leven. Maar tot mijn verrassing corrigeerde ze me. Bidden en werken is benedictijns, zei ze, maar de spiritualiteit van Franciscus en Clara is eerder “bidden en waken”. Daar heb ik dagenlang op lopen kauwen, totdat ik het zag. De oproep om te waken komt uit het verhaal van Jezus in Getsemane vlak voor the Passion, zeg maar, voor wie dat verhaal niet kent. Hij vraagt zijn leerlingen om bij hem te waken in de nacht die voorafgaat aan zijn sterven aan het kruis. Het verhaal gaat dat zij dat niet opbrengen, ze vallen in slaap, keer op keer. Maar deze stoere meiden leven dus in de modus van waken (werken mag inderdaad geen naam hebben, ze houden nauwelijks hun hoofd boven water, van hosties bakken word je niet vet): ze zijn aanwezig bij het sterven van Jezus – en als een teken voor onze tijd zijn zij aanwezig bij het sterven van de mensheid. Dat verhindert hun niet om een aantal keren per dag Gods lof te zingen en een cultureel hoogstaand leven te leiden in een prachtige omgeving en in een prachtig gebouw dat stamt uit 1721. Steengoed! Bent u wakker, of draait u zich nog eens om?